Grafisch ontwerp

De afstudeerichting Grafisch Ontwerp is uitgebouwd rond drie grafische disciplines met elk een eigen atelier: Grafiek, Grafische Vormgeving en Illustratie. Samen vertegenwoordigen deze drie disciplines alle praktijken die in het werkveld tot de grafische kunsten behoren.

  • Grafische Vormgeving

  • Illustratie

  • Grafiek

 

1. Een praktijk met vele gezichten

De afstudeerrichting grafisch ontwerp is het werkterrein van grafische kunstenaars, vormgevers, designers en illustratoren. Ze behelst een werkveld dat historisch maar zeker ook actueel erg divers en interdisciplinair is. De bloei van dit werkveld hangt samen met het ontstaan van de moderne beeldcultuur, sinds de introductie van de boekdrukkunst en als gevolg van de massale expansie van de communicatiemedia en van de beeldcultuur in de 18de en 19de eeuw, hebben kunstenaars zich stelselmatig ingelaten met gedrukte media. Het boek, de editie, de geïllustreerde roman, het dagblad, de periodieke publicatie, de beeldjournalistiek… werden het speelveld van grafici, grafisch vormgevers en illustratoren. Er ontstond een complex geheel van grafische praktijken die bepalend zijn voor het uitzicht en de ontwikkeling van onze huidige gemassificeerde beeldcultuur. Zij zijn verweven met niet-artistieke stromen van beeld-, data- en informatieproductie. In de dagdagelijkse visuele communicatie spelen grafische praktijken een centrale rol: in visuele communicatiestrategieën van bedrijven en instellingen, in grafische communicatie binnen de openbare ruimte, in verpakkingsdesign, in het visualiseren van data, in het ontwikkelen van interfaces voor online communicatie… De digitale revolutie gaf aan de beeldcultuur een totaal nieuw elan en intussen kan ook de invloed van interactieve media met moeite worden onderschat. In die digitale beeldcultuur en in de interactieve media van media designers bepalen oude én nieuwe grafische praktijken het beeld en zijn illustratoren actief aan het werk. Je kan illustratie, grafiek, media design en grafische vormgeving dus niet los zien van elkaar. Als gevolg van deze interdisciplinaire evoluties heeft de praktijk van de grafisch kunstenaar, vormgever, media-designer of illustrator vele gezichten.

2. Brede Basis

De afstudeerrichting steunt op drie basisdisciplines met elk een eigen atelier: Grafiek, Grafische Vormgeving en Illustratie. In de eerste bachelor krijgt de student initiaties in elke van deze drie praktijken met hun eigen ontwerpmethodieken en artistieke werkprocessen. Inzicht in de technische aspecten, contexten en artistieke problematieken van deze disciplines is essentieel voor een ontluikend grafisch ontwerper of grafisch kunstenaar. Het laat hem toe zich ofwel te ontplooiën als een interdisciplinair grafisch kunstenaar of ontwerper. Ofwel om op geïnformeerde basis een keuze te maken en zich te verdiepen in een deelaspect van het grote en zeer gediversifieerde grafische veld. Via experimenten met de mogelijkheden van diverse grafische media ontdekt de student zijn eigen sterktes en voorkeuren.

3. Specialisatie en samenwerking

Vanaf de tweede bachelor kiest de student voor één van de drie disciplines: Grafiek of Grafische Vormgeving of Illustratie. Dit betekent dat de student enerzijds verder de specifieke technische aspecten, de contexten en de artistieke en/of ontwerpproblematieken gelinkt aan de door hem gekozen discipline gespecialiseerd leert onderzoeken en inzetten in zijn individuele praktijk.

Anderzijds wordt in de afstudeerrichting sterk ingezet op samenwerking over de disciplines heen. De hybriditeit en interdisciplinariteit karakteristiek voor het grafische werkveld, vereisen immers niet alleen een inzicht in de totaliteit van het werkveld, maar nopen eveneens tot het samenwerken over de specialiteiten van elk van de drie disciplines heen.

Het programma Grafisch Ontwerp voorziet daarom in Ateliers Grafisch Ontwerp die per discipline (Grafiek II en III, Grafische Vormgeving II en III en Illustratie II en III) uitgebreid ingaan op de karakteristieken van de praktijken verbonden aan elk van deze drie disciplines.

Anderzijds wordt in de Projectateliers I en II ingezet op intensieve samenwerking. Dit beantwoordt aan de realiteit van het werkveld, waar actieve samenwerkingen legio zijn. Illustratoren en vormgevers creëren samen boeken, huisstijlen en communicatieprojecten, vormgevers en interactief designers werken samen aan interactieve webprojecten, grafici ontwikkelen digitale periodieke publicaties waar interactief designers en vormgevers een hand in hebben, enzovoort. De context van de Projectateliers biedt de student de mogelijkheid om zijn individuele praktijk van illustrator, graficus of grafisch vormgever vanuit andere contexten te bekijken en te ontplooien. Dit werkt een grondiger en vernieuwend zoeken in de hand.

4. Master Grafisch Ontwerp

In de master krijgt de student nog meer dan voorheen de ruimte om zijn eigen grafische praktijk te ontwikkelen. Het programma van de master ondersteunt en stimuleert het zelfstandig uitbouwen en coördineren van zijn of haar eigen projecten. De student kiest zelf welke mentoren als klankbord optreden. Theoretische stimuli krijgt de student in gespecialiseerde masterseminaries naar keuze. Frequent overleg en contact met alle andere masterstudenten Grafisch Ontwerp waarborgt een open, frisse kijk op het eigen werkproces. Het aftoetsen en voeden van de eigen artistieke praktijk gebeurt in de master expliciet in relatie tot het werkveld. Er wordt van de student verwacht dat hij actief participeert in ontwerpbureau’s, bij uitgeverijen van kranten en weekbladen, in kunstdrukateliers, als assistent bij kunstenaars, in musea en in het culturele veld als geheel. De masteropleiding resulteert in een afgewerkt masterproject dat wordt beoordeeld door docenten en door specialisten uit het werkveld.

logo logo-kask-hogent-howest

Grafische vormgeving

Grafische Vormgeving is opgebouwd rondom vijf focussen: Visuele Identiteit, Publicatie, Digitale Publicatie, Experimentele Typografie en Datavisualisatie. Elke focus vertrekt vanuit een specifieke expertise die gevoed, versterkt en ondersteund wordt door de andere focussen. Je wordt er als student gestimuleerd om de klassieke tweedeling tussen print (publicatie, poster, flyer, …) en digitaal (website, applicatie, …) te overstijgen en op zoek te gaan naar de verhouding tussen beide in onze post-digitale wereld.

Visuele identiteit richt zich op communicatie met grafische media en visuele concepten over verschillende dragers heen (onder andere: huisstijl, brochure, signalisatie, website, online communicatie, social media, ontwerp in de publieke ruimte, etc.). Het is een vakgebied dat zich eerder richt op culture identity dan op corporate identity.

Publicatie is gericht op het grafisch concept, het ontwerp en de opmaak van publicaties. Het domein van de grafische publicatie strekt zich uit over een breed gamma van grafische producten: boek, catalogus, magazine, krant, brochure, ...

Digitale publicatie denkt na over en experimenteert met de mogelijkheden van het publiceren in een digitale omgeving. Het biedt de grafisch ontwerper de instrumenten en het denkkader aan om zich op het terrein van de digitale en/of interactieve media te begeven.

Experimentele typografie is gericht op het bedenken en vervaardigen van letterbeelden en/of lettertypes voor actueel gebruik in de ontwerppraktijk van de student.

Datavisualisatie legt uitdrukkelijk de link tussen de wereld van de grafische vormgeving en die van de informatie- en communicatietechnologie en gaat in op de problematiek van het visualiseren van kennis en informatie vertrekkend uit of met een focus op concrete data.

Als student bouw je je artistieke en communicatieve mogelijkheden uit in functie van je individuele ontwikkeling door kritisch en onderzoekend te werk te gaan, inhoudelijk sterke projecten te bedenken, interactie tussen analoge en digitale media te verkennen en dit alles te onderbouwen én versterken met het ontwerp van het geheel dat zich vertaalt naar een breed gamma aan media: boek, catalogus, website, magazine, krant, poster, flyer, folder, applicatie, ...

Illustratie

De praktijk van het illustreren wordt vanuit verschillende domeinen benaderd waarbij de student gestimuleerd wordt om deze input te integreren in een individuele artistieke praktijk met eigen profiel en oriëntatie in het werkveld van de grafische kunsten.

Dit vakgebied neemt als basis een brede opvatting van de grafische beeldende narrativiteit en richt zich op het ontwikkelen van technieken, onderzoek- en werkmethodes binnen de ruime cluster van woord, beeld en verhaal. De praktijk van het illustreren dient de tekst of inhoud waartoe het in relatie staat en het publicatiemedium waarin het wordt opgenomen, te verrijken en te voorzien van een beeldend discours.

‘Illustratie’ richt zich naar de student die thuis is in het spel van onderzoeken, afstemmen en afwijken, en die de specifieke voorwaarden van elke vooropgestelde publicatievorm (illustratie, graphic novel, prentenboek, fotoroman, strips, houtsnederoman, narratieve series, strips, visuele poëzie, infografiek, illustratie binnen digitale applicaties, enz.) ook artistiek kan beantwoorden.

De student bouwt artistieke en communicatieve vaardigheden uit en wordt gestimuleerd de ingesteldheid te hebben van de onderzoekende auteur die zijn illustraties kan verrijken vanuit een uiterst creatieve betrokkenheid. Zodoende plaatst hij zijn eigen illustratiepraktijk in verhouding tot literatuur en evolueert naar een eigenzinnige artistieke creatie als een vorm van schrijver- of auteurschap. De student leert zijn werk te analyseren en situeren binnen een ruimere grafische context.

Grafiek

In het atelier Grafiek worden de grafische praktijken benaderd vanuit de kunst. Dit betekent dat de ontwikkelingen van de actuele massamediale beeldcultuur worden afgezocht en geproblematiseerd vanuit de overtuiging dat de kunst net die plek, net dat soort praktijk is, van waaruit een kritisch perspectief kan worden geopend op de hedendaagse culturele ontwikkelingen. Een plek waar praktijken van tekst- en beeldproductie, van publiceren en presenteren kunnen worden ontwikkeld die ontsnappen aan de normeringen die onze actuele communicatiecultuur opleggen.

In de constellatie van de afstudeerrichting Grafisch Ontwerp verhoudt de Grafiek zich dan ook tot de Grafische Vormgeving en de Illustratie zoals de kunsten zich verhouden tot de toegepaste kunsten. Deze benadering impliceert wederkerig dat de praktijk van de grafische kunstenaar zich onmogelijk enkel kan verhouden tot de kunsten, maar steeds breder is betrokken op alle aspecten van de cultuur die worden bemiddeld of vormgegeven door de continue en ongebreidelde productiestroom van tekst en beeld, van informatie en communicatie. De artistieke praktijk wordt dus opgevat als die praktijk die de tekst- en beeldproductie tracht te bevrijden van een in communicatiecontext vooronderstelde doelmatigheid en duidelijkheid, van een instrumentele bepaaldheid die het spreken van teksten en beelden reduceert volgens eenduidige normen.

In het atelier Grafiek wordt daartoe stilgestaan bij de technologische ontwikkelingen die hebben geleid tot een genormeerde culturele productie volgens een logica van reproductie en distributie. De technologische evoluties worden daarbij artistiek benaderd volgens drie focussen die het de student mogelijk moeten maken om het specifieke spreken van de kunst te onderzoeken en om te buigen tot een individuele artistieke praktijk: Reproductie en kunst, Massmedia en Kunst en Artists’ Books.

In een eerste bachelor wordt vooral ingezet op het zorgvuldig initiëren van zowel analoge (re)productieprocédés als digitale technieken van productie en distributie. De student wordt vertrouwd gemaakt met de historische en actuele culturele implicaties van de productie- en distributiemethodes van tekst en beeld. Daarbij komt het erop aan dat de student een artistieke praktijk ontwikkelt die is gestoeld in een bewust adresseren van het specifieke van het artistieke spreken. Het experimenteren met analoge en digitale (re)productieprocédés en -technieken staat hierbij centraal alsook een continue onderzoekende praktijk van tekenen.

In de tweede en derde bachelor worden de productiemogelijkheden en -procédés verder uitgediept vanuit een steeds explicieter afzoeken van de eigenaardigheid van het artistieke spreken in grafische context. De drie focussen (Reproductie en kunst, Massamedia en Kunst en Artists’ Books) zijn richtinggevend voor het exploreren van het perspectief dat vanuit de kunsten kan worden geopend op de actuele massamediale (beeld)cultuur.

Studenten worden daarbij aangemoedigd om een artistieke praktijk uit te bouwen die zich in de meest uiteenlopende domeinen van de beeld- en tekstproductie kan situeren: boeken, online projecten, teksten, gedrukte beeldreeksen, tekeningen, collages, …

Master

{caption}

In de master krijgt de student nog meer dan voorheen de ruimte om zijn eigen grafische praktijk te ontwikkelen en specifieke interesses in dit veld. Het programma van de master ondersteunt en stimuleert het zelfstandig uitbouwen en coördineren van zijn of haar eigen projecten. De student kiest zelf welke mentoren als klankbord optreden. Theoretische stimuli krijgt de student in gespecialiseerde masterseminaries naar keuze. Frequent overleg en contact met alle andere masterstudenten Grafisch Ontwerp en de mogelijkheid tot het volgen van verschillende workshops waarborgt een open, frisse kijk op het eigen werkproces. Het aftoetsen en voeden van de eigen artistieke praktijk gebeurt in de master expliciet in relatie tot het ontwerp- en kunstenveld. Er wordt van de student verwacht dat hij actief participeert in ontwerpbureau’s, bij uitgeverijen van kranten en weekbladen, in kunstdrukateliers, als assistent bij kunstenaars, in musea en in het culturele veld als geheel. De masteropleiding resulteert in een masterproject dat wordt beoordeeld door docenten en een externe jury van o.a. ontwerpers, illustratoren, kunstenaars en curatoren.

beeld: uit het project Holmesss, Michelle Daniëlse, Master 2019